Het schepengerecht van Oirlo

Oirlo was vóór 1800 een heerlijkheid en onafhankelijk van Venray zowel kerkelijk als burgerlijk. Het had een eigen schepengerecht. Het gericht met de galg, waar de vonnissen ten uitvoer werden gebracht, lag aan de Horster grens, aan de Lollebeek in het verlengde van de Roffert (thans Castenrays grondgebied). Aan de overzijde van de Lollebeek, recht ertegenover, lag het Horster gericht.

De strafplaatsen lagen over het algemeen in een uithoek van een woonplaats. De straffen waren in die tijd streng, wat nodig was, omdat er in die dagen veel boosdoeners rondliepen. De afgelegen hoeven werden dikwijls door het gespuis bezocht. Degene, die een ander met een kort of lang geweer doodschoot boette zijn misdaad met de dood. Zijn goederen werden verbeurd verklaard. Een brandstichter werd verbrand of opgehangen. Het stelen van een bijenkorf, een ploegschaar of zaken die aan de openbare zorg toevertrouwd waren, moest dikwijls met de dood worden bekocht.

De pijnbank was, vooral in handen van brute heersers, een vreselijk middel om “onschuldige” onderdanen ten gronde te richten. De verdachte werd op een plank gelegd, uitgerekt en met duimschroeven, scheenbladen, rekwerktuigen en gewichten in al zijn leden gepijnigd, als hij het hem te laste gelegde niet wilde bekennen. Wanneer hij door pijn gedwongen iets los liet wat op een bekentenis leek, werd hij losgemaakt en moest hij buiten, onder dwang, herhalen wat hij gezegd had. Dat gold dan als een bekentenis. Men kan begrijpen, dat een verdachte soms maar liever alles toegaf, waar of niet waar, dan nog eens gepijnigd te worden

In het landgerecht uit die tijd vindt men de regels aangegeven, die bij een pijniging of zogenaamde scherpe examinatie zouden gelden Zo staat er geschreven dat de heer, die vonniste, niet iemand naar de pijnbank mocht brengen dan in het bijzijn van twee schepenen, en dat de pijniging niet langer mocht duren dan de schepenen nodig vonden. Het pijnigen mocht niet zo geschieden dat het lichaam van de gevangene verlamd of zeer gekwetst werd.

De Oirlose rechtbank had echter niet veel vonnissen te vellen. Oirlo lag niet aan de grote heerwegen en de bevolking was niet geweldadig. Zij bestond uit landbouwers en enkele wevers en handwerklieden, die het best met elkaar konden vinden.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *