Op de Tranchotkaart 1803-1820 (een kaart gemaakt door Franse ingenieurs onder leiding van de Franse Overste Tranchot en later aangevuld door Pruisische officieren o.l.v. Generaal-Majoor von Müffling) en op een kaart van het Ministerie van Oorlog uit 1855 is zeer duidelijk te zien, dat in Oirlo rond 1800, in totaal vijf grotere woonkernen voorkwamen. De bevolking had zich gevestigd rond de kerk, in de Gunhoek, aan de Zandhoek en aan het Boddenbroek. De overige woningen, kort bij elkaar gelegen, waren te vinden in Klein Oirlo aan de Zuidzijde van het Molenhoekse veld. Verder trof men een aantal verspreide boerderijen aan op het Riebroek en alleenstaande boerderijen op de Blakt, bij Strijbos en Wullum Camps. De Kerkhoek, de Gunhoek en de Zandhoek waren gelegen binnen een centraal akkerbouwgebied, terwijl het Boddenbroek aan de zuid-oostkant van dit gebied lag. De zuidkant van het centrale akkerbouwgebied werd begrensd door de Boddenbroekerloop. De huidige Dwarsweg vormde de oostkant, terwijl aan de noordzijde het gebied afgebakend werd door de grens met Oostrum. De huidige autoweg Horst-Venray vormt ongeveer de westkant van het vroegere akkerbouwgebied.
De kerk was het centrale punt van het dorp en gelegen ongeveer midden in het akkerbouwgebied. Vanuit de vier windstreken is dit nog steeds duidelijk waar te nemen. De kerk ligt op een vrij hoog punt, nam vroeger een zeer centrale plaats in en was van alle kanten duidelijk waarneembaar. Was het in de Romeinse tijd zo dat ‘alle wegen naar Rome leidden’, in Oirlo kwamen de meeste wegen bij de kerk uit. De kern van het dorp, het centrale akkerbouwgebied, was rond 1800 geheel omgeven door een brede strook heidegrond. Hierop groeide in hoofdzaak struikheide met talloze jeneverbesstruiken (wachelenstrük). Op de heidegronden kwamen losstaande dennenbomen voor, maar ook kleinere bossen. Eén van de families, die aan de westkant woonde, werd daardoor ook ‘Houwen üt de Bös’ genoemd. Ten oosten van het Rotven lag het Klutenvlies. Noordelijk hiervan, richting Wanssumse Hei, lag de Lange Berg. Schuin tegenover de woning van Sjaak Rongen, ten noorden van de Gunhoek was de Oostrumse Hei. Dit gebied duidde men ook aan met ‘Op de Beeten’ en ‘de Wolfsdel’ (dal). Dit laatste was omstreeks 1900 ongeveer 2 ha. water.
Wordt vervolgd

Geef een reactie