Het landschap rondom de Oirlose kerk vanaf 1800

Vervolg artikel 16 september 2026

Het overtollige regen­water van de Gunhoek kwam daarin terecht. Gaan we naar het noord-westen, dan lagen richting ‘de Blakt’ het Stokven en de Oirlose Pees. Bijna iedere boer uit Oirlo bezat vroeger een kleiner of groter stukje weiland in de Oirlose Pees. Deze weilanden grensden aan de Oostrum­se Beek. Dit waren kleine en zeer lang gerekte, rechthoekige kavels. De bodem bestond uit veenachtige grond, die erg drassig was, mede als gevolg van een slechte afwatering. De grond was hierdoor zuur, hetgeen een slech­te kwaliteit gras opleverde.

Rond 1900 kwamen in Oirlo veel meer dennenbossen voor dan nu. Op de Gunhoek, direkt achter de woning van Sjaak Rongen, begonnen de bossen al. Dit ging links en rechts van de huidige weg richting Meerio door, aan de ene kant tot de huidige Dwarsweg en aan de andere kant tot vlakbij Eed Peters (Gunhoekweg 15). Rond het kruispunt van de Gunhoekweg en de Wanssumseweg, richting Wanssum, was het allemaal hei tot over de weg van Oostrum naar Wanssum. Dit gebied werd dan ook de Wanssumse Hei genoemd. Vanaf het kruispunt bij Eed Peters, richting Meerlo, kwamen weer dennenbossen voor. Deze zetten zich voort via het gebied van Meerlo, tot voorbij Vogelzangs en Wismans (Oirlose Heide), richting Tienray. Achter Klein-OirIo langs strekte het bosgebied zich verder uit in de richting Horst-Castenray. Bij de spoorwegovergang Boddenbroek kwamen links en rechts ook kleinere bossen voor.

Het gebied vanaf de Zandhoek naar Oostrum was één bos. Vanaf de Zandhoek richting Riebroek lag vrij kort achter de boerderijen alle­maal bosgrond en daarachter strekte zich een grote heivlakte uit tot aan het Schoor. Vanuit de boerderijen van de broers Sjang en Bert Zanders (Bremmenkamp) kwam men terecht in wat men in de volksmond noemde, de Riebroekse Bergen. Het was een prima speelterrein voor schoolkinderen tot eind jaren 60. Langs de zijweg van de Castenrayseweg richting autoweg Horst-Venray, d.w.z. langs de Boddenbroekerloop, kwamen vroeger (in ieder geval vanaf ± 1820) vrij lage gronden voor, die als weiland gebruikt werden. Ook boeren uit de Kerkhoek bv. Hesen, de Kemmelingsen en Hellegers beza­ten daar grond. Dit gebied noemde men de Lieëg Hei (de Lage Hei). Rond 1900 zag je langs de weg van Oirlo naar Castenray aan de rechterkant van het Diekske (langs het huis van Rosakker 3) dennenbossen tot aan de splitsing Heesakker-Roffert.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *