De andere gebouwen in de nederzetting zullen zeer waarschijnlijk in de traditionele bouwstijl uitgevoerd zijn geweest. De bewoners van deze gebouwen waren ondergeschikt aan de villa-eigenaar van Hoogriebroek. Het hoofdgebouw van de Romeinse villa verkeerde rond 200 in vervallen staat en was mogelijk al grotendeels verlaten. Wel in gebruik waren twee grote boerderijen die tezamen met bijgebouwen en graanopslagplaatsen onder de “Rozenakker” in Hoogriebroek zijn aangetroffen. De eerste, gedeeltelijk onderzochte boerderij heeft aan de westzijde een verdiept gedeelte, een soort potstal. De mest van schapen, varkens of geiten vermengd met plaggen hoopte zich op in de potstal en werd regelmatig over het land uitgereden.
De tweede boerderij kon compleet onderzocht worden. Hier ontbreekt een potstal. Waarschijnlijk stonden in het stalgedeelte dan ook runderen. Op het erf zijn sporen van verschillende bijgebouwen aangetroffen. Het gaat hierbij om een graanschuur, enkele langgerekte schuren en graanopslagplaatsen. Opvallend is dat bij de bouw van de boerderijen en de bijgebouwen een maatvoering in Romeinse voet is gebruikt. Zo is deze boerderij 100 voet lang en dertig voet breed. Het erf lijkt doormiddel van hekwerk gedeeltelijk onderverdeeld te zijn geweest in kleinere perceeltjes.
Een houten waterput
Op het erf van deze boerderij lag een grote waterput die in zijn geheel opgegraven is en waarvan een kopie op schaal 1:2 vervaardigd is. De ontdekking van deze waterput was heel belangrijk voor de datering van de opgegraven boerderijen.

Geef een reactie