Wegens de gunstige ligging is Hoogriebroek ook in de Romeinse tijd bewoond geweest. Men leefde van akkerbouw, terwijl in het dal van de Oostrumse Beek (Laagriebroek) vee werd gehouden. De bewoning in de Romeinse tijd duurde van circa 50 tot 250 n. Chr.
Het begon allemaal in de eerste helft van de 1ste eeuw n. Chr. met waarschijnlijk een omheinde nederzetting. De bewoners onderhielden goede contacten met de Romeinen aan de grens, en meer in het bijzonder met de troepen in Nijmegen. Dit duidt erop dat in Hoogriebroek leden van de inheemse elite woonden. Het is ook mogelijk dat de oorspronkelijke belangrijkste bewoner niet iemand van de inheemse elite is geweest, maar een veteraan van een Romeins legioen. Uit historische bronnen weten we dat soldaten na hun diensttijd een stuk grond konden krijgen.
Een Romeinse villa
Aan het eind van de 1ste eeuw of het begin van de 2de eeuw is de nederzetting in Hoogriebroek omgevormd tot een Romeinse villa: een deels in (bak)steen uitgevoerd hoofdgebouw en daaromheen grotendeels uit hout en leem opgetrokken boerderijen. Dat er in ieder geval zo’n hoofdgebouw heeft gestaan waarin natuursteen en baksteen verwerkt zijn geweest, bewijzen de opgegraven bouwfragmenten. In het hoofdgebouw was de belangrijkste persoon van de nederzetting met zijn familie gehuisvest. Mogelijk lag het hoofdgebouw ten oosten van de opgraving. Nakomelingen van de belangrijkste 1ste eeuwse bewoners van Hoogriebroek zullen waarschijnlijk rond 100 n. Chr. hun uit hout, aarde en stro opgetrokken onderkomen vervangen hebben door een statig gebouw opgetrokken van (bak)steen.
Op de foto is te zien hoe de villa op de Hoogriebroekseweg er in eerste instantie mogelijk heeft uitgezien.

Geef een reactie