Overlevering van mijn voorgangers en kerkmeesters

Vervolg artikel van 20 mei.

Pastoor Nabben verzocht vervolgens de paters uit het klooster te Venray om in Oirlo de missen te komen celebreren. Deze paters  kwamen op iedere zon- en feestdagen. Zij kwamen reeds daags van te voren in de loop van de middag naar Oirlo toe en logeerden op de pastorie. De volgende dag keerden de paters tegen het vallen van de avond naar hun klooster in Venray terug. Pastoor Nabben vond de 75 gulden die hij tot nu toe van de Oirlose kerkgemeente ontving te weinig vanwege het feit dat hij zorg moest dragen voor het onderhoud van de paters uit het klooster van Venray. Hij wilde hiervoor van de Oirlose kerkgemeente 25 gulden meer hebben. Zijn verzoek werd door de Oirlose parochianen ingewilligd. In het vervolg ontving pastoor Nabben 100 gulden. De opvolger van pastoor Nabben, pastoor Janssens, kreeg hetzelfde bedrag.

In 1860 werd ik door Mgr. Paredis tot pastoor van Oirlo benoemd. Op 2 november 1860 werd ik door deken Verheggen van Venray tot pastoor van Oirlo geïnstalleerd. Onder mijn pastoorsambt werd de bezoldiging ter discussie gesteld. De heer v.d. Boogaart had bezwaren tegen de 75 gulden die ik ontving van de Oirlose parochie. Hij maakte dit bekend tijdens een vergadering. Hij stelde voor om de 75 gulden niet meer aan mij uit te keren. De heer v.d. Boogaart werd niet uitgenodigd toen ik mijn intrede deed in de nieuwe pastorie*. Bij deze gelegenheid waren geen wereldse heren uitgenodigd. Doch daar de heer J. Esser en nog enige raadsleden wisten hoe de vork aan de steel zat verloor de heer v.d. Boogaart deze kwestie. Zodoende bleef de subsidie van 75 gulden gehandhaafd.

Opgetekend door pastoor Leens (1860-1899).

* De voormalige pastorie uit 1863.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *