De overlevering van mijn voorgangers en kerkmeesters

In 1720 overleed de Oirlose kapelaan Kerstjens. Deze was ook onderwijzer in Oirlo. De kinderen van Oirlo kregen onderwijs in de kapelanie. Een schoolgebouw was er in Oirlo nog geen. Als vergoeding kreeg hij jaarlijks 75 gulden van de Oirlose kerkgemeente. Na de dood van kapelaan Kerstjens werd er geen nieuwe kapelaan benoemd. De kerkgemeente van Oirlo nam bezit van de kapelanie en gebruikte dit gebouw voortaan als schoolgebouw. Er werd door de kerkgemeente Oirlo een onderwijzer aangesteld, die ging wonen in de voormalige kapelanie. Er werd dus geen nieuwe kapelaan benoemd. Hiervoor bestonden drie redenen:

1e. Er was in die tijd een gebrek aan priesters.

2e. Het inkomen van de kapelaan was door het wegvallen van het onderwijsambt te gering geworden om nog in zijn levensonderhoud te kunnen voorzien.

3e. De parochie kon door de pastoor alleen gemakkelijk worden waargenomen.

Dit gebeurde dan ook. De grote kwestie was echter om twee missen te hebben in de parochie. De pastoor moest hiervoor gaan zorgen. De Oirlose kerkgemeente gaf hem hiervoor de 75 gulden, die zij voorheen aan de kapelaan gaf. Dit gebruik heeft de kerkgemeente van Oirlo altijd onderhouden. De pastoor moest dus voortaan ook de tweede mis celebreren. Was hij hiertoe niet in staat dan moest hij zorgen voor een plaatsvervanger. Hieraan hebben de pastoors van Oirlo zich altijd gehouden. De stichtingen van de kapelanie gingen over naar de pastorie. De plichten die aan deze stichtingen waren verbonden werden door de Oirlose pastoors tot op heden nagekomen. Pater van Cuijk uit Venray heeft vele jaren op de Smakt en in Oirlo missen gecelebreerd. Pater van Cuijk is onder pastoor Nabben wegens zijn ouderdom met emeritaat gegaan.

Opgetekend door pastoor Leens (1860-1899).

wordt vervolgd

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *